vacatures
Nederlands English

welke afzuigunit te kiezen

WELKE AFZUIGUNIT TE KIEZEN
 
Bij de aanschaf van een afzuiging spelen 4 belangrijke criteria een rol:

  1. De benodigde afzuigcapaciteit
  2. De gebruiksfrequentie
  3. De materialen die worden afgezogen
  4. Opvang en afvoer van het afval
Onderstaand gaan we hier nader op in.
 
  1. DE BENODIGDE AFZUIGCAPACITEIT
 
Houtbewerkingsmachines moeten zo zijn ontworpen dat bij een minimale luchtsnelheid van 20 meter per seconde de blootstelling aan houtstof beneden de MAC-waarde van 2 mg/m3 blijft. (De Maximaal Aanvaarde Concentratie is de wettelijke grenswaarde voor blootstelling aan schadelijke stoffen.)
 
In de praktijk wordt voor standaardmachines een luchtsnelheid van 25 m/s aangehouden. Meerassige machines voor massief houtbewerking, zoals vierzijdige schaafbanken en pennenbanken vragen vaak 28 m/s en grotere machines voor plaatbewerking (CNC’s, opdeelzagen en kantenlijmers) hebben meestal 30 tot 35 m/s aan luchtsnelheid nodig.
De genoemde luchtsnelheden zijn de waardes die gemeten worden in de diameter van de aanzuigopening, niet die in de opening van een eventuele op de machine aanwezige afzuigkap. Daarin zijn de snelheden meestal lager.
De documentatie van de betreffende machinefabrikant dient altijd gecheckt te worden voor de juiste specificaties.
 
Het gaat bij de vaststelling van de afzuigcapaciteit echter niet zozeer om de luchtsnelheid (alle Riedex afzuigunits halen die ruimschoots), maar om de totaal benodigde luchthoeveelheid. Daarvoor moeten de diameters van de aanzuigopeningen op de machines in de berekening worden betrokken.
Onderstaande tabel geeft voor verschillende diameters van aanzuigopeningen de luchthoeveelheden (debieten) voor de van toepassing zijnde luchtsnelheden. De gehanteerde eenheid is m3/uur. Voor het debiet in m3/minuut moeten de waardes worden gedeeld door een factor 60.
Voor de exacte bepaling van de nodige capaciteit kijkt men dus eerst naar de diameter van de aanzuigmond(en) op de machine en vervolgens kiest men aan de hand van de machinespecificaties, of aan de hand van bovengenoemd gebruiksdoel de luchtsnelheid. Wanneer een machine meerdere afzuigmonden bezit, is het van belang om vast te stellen of deze tegelijkertijd, dan wel afzonderlijk dienen te worden afgezogen.
Voorbeeld: een cirkelzaag heeft 2 afzuigmonden, 120 mm onder de tafel en 80 mm op de beschermkap. Beide worden tegelijk afgezogen. Het is een standaardmachine, dus de luchtsnelheid moet 25 m/s zijn. Uit de tabel is af te lezen dat de benodigde afzuigcapaciteit dan 1018 + 452 = 1470 m3/uur bedraagt.
 

 
Nadat per machine de capaciteit is bepaald, is vervolgens de vraag hoeveel van de op een afzuigunit aangesloten machines er tegelijk moeten worden afgezogen. Met andere woorden: hoeveel machines zullen er (in het ergste geval) tegelijk in bedrijf zijn.
Door de capaciteit van deze machines op te tellen verkrijgt men de minimale afzuigcapaciteit die een afzuigunit moet hebben. (Dus niet domweg de capaciteiten van alle aangesloten machines optellen, want iedere machine dient voorzien te zijn van een afsluitklep, die dicht moet zijn als de machine niet wordt gebruikt.)
 
  1. DE GEBRUIKSFREQUENTIE
 
Het zal duidelijk zijn dat een afzuigunit, die in de zaagafdeling van een bouwmarkt staat, het minder zwaar te verduren heeft dan dezelfde unit, die wordt ingezet bij het fabrieksmatig verzagen van gipsplaat. Hoe meer stof de unit afzuigt, hoe groter de luchtweerstand van de filters zal zijn en hoe meer de afzuigcapaciteit zal worden begrensd. De daadwerkelijke afzuigcapaciteit beweegt zich tussen twee grenzen: het maximale en het minimale volume (zie de productbrochures van onze afzuigers). Niet alleen de hoeveelheid stof, maar ook de inschakelduur speelt hierbij een rol. Tijdens bedrijf zet het stof zich als een laag met een dikte tot wel enkele millimeters af op de filterelementen. Deze stoflaag creëert de luchtweerstand, het filtermateriaal zelf heeft nauwelijks weerstand. Bij uitzetten valt de luchtdruk weg en ontspannen de filterelementen. De stoflaag breekt dan af, daarbij geholpen door het filterreinigingsmechanisme. Dus, des te vaker een unit wordt in- en uitgeschakeld, des te beter is de luchtdoorlaat van de filters.
In de praktijk gaat men bij de keuze van de afzuigunit uit van het maximale volume bij intermitterend gebruik en van het minimale volume bij langdurig, intensief gebruik.
 
Voor extreem intensieve situaties (met name bij het afzuigen van brandwerend plaatmateriaal) kan men kiezen voor continu-filterreiniging tijdens bedrijf (optie “online”-reiniging).
 
  1. DE MATERIALEN DIE WORDEN AFGEZOGEN
 
Werd er voorheen eigenlijk alleen maar “normaal” hout, spaanplaat en later wat MDF bewerkt, tegenwoordig is het aantal verschillende materialen enorm divers geworden en dientengevolge is er ook veel variatie gekomen in de eigenschappen van vrijkomende spanen en stof.
Hier gelden bij de keuze van de juiste afzuigunit gelijksoortige richtlijnen als in de vorige paragraaf. Is het afzogen afval voornamelijk grof van aard, dan gaat men uit van het maximale volume. Bestaat het daarentegen voornamelijk uit fijn stof, dan van het minimale volume.
Bevat het afval aluminium deeltjes, dan dient er ander filtermateriaal te worden toegepast (nl. ultrafiber) en is het stof silica-houdend (Promatect, Fermacell e.d.) dan is filtermateriaal met een teflon-coating nodig. Vraagt u ons gerust om een nader advies voor uw specifieke toepassing.
 
Kleverig materiaal, zoals niet uitgeharde lijm of hars kan niet worden afgezogen, evenals rook en lasdampen. Bevat de afgezogen lucht vluchtige stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid, maar niet schadelijk voor de afzuigunit, dan is afzuiging mogelijk, mits de gefilterde lucht naar buiten wordt afgevoerd.
 
  1. OPVANG EN AFVOER VAN HET AFVAL

 
Voor wie weinig afval heeft, is opvang in plastic zakken de meest voor de hand liggende oplossing. De plastic zakken worden in de rolcontainers onder de unit gelegd en verwisseld wanneer ze vol zijn. De volle plastic zakken worden dichtgetaped  en kunnen zo worden afgevoerd. Het opvangvolume van de rolcontainers is vanwege arbotechnische regels beperkt tot 160 liter per stuk. Zolang de zakken niet vaker dan één keer per dag hoeven te worden gewisseld, is hier prima mee te werken.
 
Komt er meer afval vrij, dan moet worden overwogen of opvang van het afval in een of andere vorm van container mogelijk is. De afzuigunit kan daarbij bijvoorbeeld op een verhoging worden gezet (RV-uitvoering), waarbij een kleine container er onder wordt gereden. Hierbij moet wel de vraag worden gesteld hoe de container moet worden geleegd als deze vol is. Veel afvalverwerkers hebben namelijk niet de mogelijkheid om het losse afval (stof!) aan huis te komen afhalen. Er zijn ook gespecialiseerde bedrijven, die zich toeleggen op het verwerken en hergebruiken van houtmot. Deze bedrijven werken met speciale motcontainers (inhoud 30 kuub), waarin het afval moet worden ingeblazen. De Riedex afzuigunits in de RV-uitvoering kunnen hiervoor worden uitgerust met een blowerunit.
Werken met dergelijke motcontainers brengt echter wel kosten met zich mee en het is dan ook pas interessant bij afvalhoeveelheden van minimaal zo’n twee kuub per week.
 
De laatste tijd zijn briketpersen sterk in opkomst. Een briketpers kan vaak onder de afzuigunit worden gezet. Hij perst het afval samen tot kleine brokken, die weinig opslagruimte vragen en goed willen branden. Hierbij is men tevens van veel troep rondom de motopslag verlost en wordt het risico van brand verminderd. Een zeer elegante oplossing derhalve, wel met een prijskaartje overigens, maar steeds populairder.